Endoveneuze spataderbehandelingen

Bij endoveneuze behandelingstechnieken wordt de stamader niet meer verwijderd, maar van binnenuit (endo = van binnen) dichtgemaakt. De behandelde aders blijven dan zitten en zullen na een paar maanden geleidelijk aan verdwijnen.

Er zijn verschillende methoden om de ader van binnenuit dicht te maken:

  • Verhitting van de ader met:
    • Laserlicht,
    • Radiofrequentie (RFA),
    • Stoom;
  • Het mechanochemisch dichtmaken van de ader;
  • Het met lijm dichtmaken van de ader.

Tumescentie verdoving

Om deze endoveneuze behandelingen zo pijnloos mogelijk te laten verlopen, geven we tijdens de ingreep zo’n 8 à 10 injecties in het been, verdeeld over het traject van de te behandelen ader. De injectie bevat een lokaal verdovingsmiddel en zal de omliggende weefsels beschermen tegen de vrijgekomen warmte (bij laser-, radiofrequentie- of stoombehandelingen).

Endoveneuze laserablatie (EVLA)

Bij het gebruik van een laser wordt er een katheter (= een hol buisje) met erdoorheen een glasvezel (= fiber) in de ader gebracht. Licht wordt vervolgens via die glasvezel vrijgegeven in het bloedvat. Dit licht zorgt voor een verhitting van de bloedvatwand.  

Figuur: Endoveneuze laserablatie: een katheter bevind zich in de ader en via de glasvezel wordt er licht in de ader gebracht. De energie van het licht zorgt voor verhitting van de aderwand. Tulip fiber die gebruikt wordt bij endovenuze laserablatie. 

Endoveneuze laserbehandeling - Infobrochure
Download

Bij een laserbehandeling zijn er meerdere opties: verschillende lichtgolflengtes en verschillende types katheters kunnen gebruikt worden. In de loop der jaren is deze techniek geoptimaliseerd. Dit mede dankzij het onderzoek dat gebeurde in het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en INSERM-.Lille (onderzoekscentrum voor medische toepassingen van laser). 

De ideale lichtgolflengte (zijnde 1470-1500 nm) werd voor het eerst geïntroduceerd in Tielt (2006). Maar dit is, voor deze behandeling, het meest gebruikte lasertype wereldwijd. Ook werd er een eigen katheter ontworpen, om mogelijke complicaties (zijnde perforatie van de ader) te voorkomen (de Tulip fiber). 

In het Sint-Andriesziekenhuis in Tielt behoren we tot de pioniers van deze techniek. Mede dankzij ons eigen wetenschappelijk onderzoek dat we gedaan hebben werd deze methode geoptimaliseerd. Vandaag behoort EVLA tot een van de frequentst gebruikte technieken voor het behandelen van spataders. Het feit dat wij hiertoe een steentje hebben kunnen bijdragen, maakt ons toch wat trots.

Radiofrequentie-ablatie (=RFA)

Deze techniek is niet zo verschillend van laserablatie. Ook hier wordt er een katheter in de ader gebracht. De energie nodig om de ader van binnenuit op te warmen, wordt opgewekt door ultratonen. De vrijgekomen hitte doet de ader verschrompelen. Hier worden standaard telkens opeenvolgende stukjes van 7 cm van de spatader behandeld. 

Figuur: Radiofrequentie-ablatie; Een catheter wordt in de ader geschoven. De vrijgekomen hitte doet de ader verschrompelen.

Stoomablatie

Een katheter waardoor stoom gepompt wordt.

Ook bij een stoomablatie wordt ongeveer dezelfde techniek gebruikt.  
De ader wordt nu verhit door stoom onder druk in de ader te pompen. Het voordeel van deze techniek is dat ook wat zijtakjes mee behandeld worden, daar de stoom zich verspreid in de uitgezette zijtakken.

Ook hier is de techniek van aanprikken en vocht rond de ader te spuiten hetzelfde als bij laser en RFA. 

Figuur: een katheter waardoor stoom gepompt wordt. 

MOCA of Clarivein

De MOCA of het mechano-chemisch dichtmaken van de ader, gebeurt ook aan de hand van een katheter. Het buisje wordt in de ader gebracht, maar zonder warmtevorming. Door middel van een draaiend metalen draadje wordt de binnenkant van de ader beschadigd. Tegelijkertijd wordt er een scleroserend product ingespoten. Deze behandeling combineert dus twee technieken: scleroseren in combinatie met het mechanisch beschadigen van de aderwand. De bedoeling is dat de ader voldoende beschadigd wordt en definitief dichtgaat.

Gecombineerd mechanisch en chemisch beschadigen van de aderwand leidt tot de volledige verschrompeling van de behandelde ader. 

Het voordeel van deze techniek is dat er geen vocht rond de ader gespoten dient te worden (minder injecties). Het nadeel is echter dat die techniek niet zo efficiënt blijkt te zijn. Er is een iets grotere kans dat de behandelde ader na verloop van tijd weer open gaat (rekanalisatie). 

Figuur: Gecombineerd mechanisch en chemisch beschadigen van de aderwand leidt tot de volledige verschrompeling van de behandelde ader. 

Inspuiten van lijm (glue-ablatie)

Bij deze nieuwere techniek wordt een medische lijm in de ader gespoten om de ader dicht te kleven. Het voordeel is dat er geen spuitjes rondom de ader gegeven dienen te worden (geen tumescentie verdoving). Na de behandeling dient de patiënt ook geen steunkous te dragen. Het nadeel van deze techniek is de kostprijs. Die behandeling is in België niet terugbetaald door de ziekenfondsen. Een behandeling van één been kost al snel 700 euro. 

Op vlak van pijn en andere mogelijke neveneffecten is er geen verschil met andere endoveneuze technieken. Na een endoveneuze behandeling wordt aangeraden om compressiekousen te dragen (behalve bij glue-ablatie), gedurende één week of langer indien er ook veel zijtakken behandeld worden. 

Flebectomie of het verwijderen van de zijtakken

De bovengenoemde ‘endoveneuze technieken’ worden gebruikt in de behandeling van lekkende stamaders, zoals de vena saphena magna, parva en accessoria anterior. Deze stamvarices liggen meestal iets dieper in het onderhuids vetweefsel en zijn dus meestal van buitenaf niet zichtbaar. De spataders die onderhuids uitpuilen zijn meestal de zijtakken van de lekkende stamaders. Door de constante overdruk in die grotere stamaders gaan na verloop van tijd ook de kleppen in de zijtakken het begeven en zo ontstaan dus de zichtbare spataders. 

Na endoveneuze behandeling van de stamaders kunnen ook de zijtakken bijkomend behandeld worden. Zijn die zijtakken eerder smal (<3 mm)? Dan kan er afgewacht worden. Deze kleine zijtakken zullen dan spontaan wegtrekken. Indien toch onvoldoende kunnen die in een tweede tijd wat doorgespoten worden. Grotere zijtakken echter dienen wel behandeld te worden. Een belangrijke techniek hiervoor heet ‘flebectomie’. Dit is het verwijderen van de zijtakken. 

Over het verloop van die spataders wordt er een kleine incisie gemaakt in de huid en met een speciaal hiervoor ontworpen haakje wordt die spatader naar buiten getrokken en verwijderd.

Figuur: flebectomie of het verwijderen van de zijtakken.

Sclerotherapie

Bij sclerotherapie worden de spataders opgespoten met een chemische vloeistof (sclerosans). Deze stof beschadigt de binnenkant van de ader en laat deze dichtslibben. Het meest gebruikte sclerosans in België is Aethoxysklerol®. Deze behandeling wordt gebruikt om kleine spatadertjes of penseelvaatjes te behandelen, maar voor de behandeling van stamaders heeft sclerosans onvoldoende effect.

Sclerotherapie - Infobrochure
Download

Echogeleide schuimsclerose

Door de sclerosans te mengen met lucht ontstaat er een schuim dat minder vloeibaar is en dus langer en intenser contact met de aderwand heeft, waardoor het een krachtiger effect heeft. Echogeleide schuimsclerose kan hierdoor wel in een grotere stamader gespoten worden om de spatader te behandelen.

Echogeleide schuimsclerose is ideaal in de behandeling van terugkerende spataders. Meestal hebben deze nieuw gevormde spataders een dunne wand en zijn ze erg kronkelig. Daardoor kunnen ze moeilijk met andere endoveneuze technieken behandeld worden.

Een voordeel is dat de behandeling goedkoop is en gemakkelijk kan worden uitgevoerd, zelfs tijdens een gewone consultatie. Soms zijn er wel meerdere sessies nodig om een optimaal resultaat te bekomen. 

Schuimsclerose met behulp van echografie

Als er bredere stamaders en zijtakken (>5-6 mm diameter) met schuimsclerose behandeld worden, bestaat er een grotere kans op rekanalisatie (jaarlijks 40 %) waardoor de behandeling herhaald moet worden. Stamaders worden dan ook eerder met endoveneuze technieken of stripping behandeld. 
Figuur: schuimsclerose met behulp van echografie.

Echogeleide schuimsclerose geeft ook een grotere kans op bruinverkleuring van de huid (pigmentvlekken). Deze verkleuringen verdwijnen meestal spontaan, maar dit kan meerdere maanden duren.