Overslaan en naar de inhoud gaan
Dienst Heelkunde
Sint-Andries Ziekenhuis Tielt
Menu

Thrombose kliniek

Diepe veneuze pathologie

Anatomie en inleiding

De Bloedcirculatie van de onderste ledematen gebeurt door de slagaders die het bloed aanvoeren en de aders, die het bloed weer naar boven pompen richting het hart (zie tekening). Dit laatste moet dus tegen de zwaartekracht in gebeuren. Hiervoor zijn de aders van kleppen voorzien. Bij de aders onderscheiden we de oppervlakkig verlopende aders en de diepe aders. De oppervlakkige lopen onderhuids en hebben op meerdere plaatsen verbinding met de diepe aders. Enkele belangrijke verbindingen zijn voorzien ter hoogte van de lies en de knieholte. Maar ook op meerdere andere plaatsen in het been zijn er verbindingen (perforanten)(zie tekening). Op die plaatsen is er ook een klep voorzien die het bloed maar in één richting laat stromen. De stroomrichting in de oppervlakkige aders is dus van onder naar boven en van buiten naar binnen. Als de kleppen van de oppervlakkige aders het begeven, dan krijgen we oppervlakkige veneuze insufficiëntie. Dit betekent dat het bloed niet meer op een efficiënte manier weggepompt kan worden en dit veroorzaakt een overdruk in het oppervlakkig systeem(veneuze hypertensie). Gezien de wand van die oppervlakkige aders elastisch is, gaan die aders uitzetten en zo ontstaan spataders.

Het diep veneus systeem is veel belangrijker dan het oppervlakkig. De diepe aders liggen onder het peesblad (fascia) en zijn omringd door slagaders en spieren. Bij het stappen gaan die spieren samentrekken en zo zorgen ze voor een compressie van de diepe aders. Zo zijn de kuitspieren verantwoordelijk voor een belangrijke pompfunctie (wordt ook het tweede hart genoemd).

Pathologie- thrombose

Afwijkingen bij deze diepe aders komen veel minder voor dan bij de oppervlakkige, maar als er iets mis mee is, dan zijn de gevolgen ook veel groter. Klontervorming of thrombose van de diepe aders is de meest voorkomende pathologie. Dit kan ontstaan na een ongeval of ziekte, maar meestal in een periode dat de patiënt niet mobiel is. Ook stollingsafwijkingen kunnen mee verantwoordelijk zijn voor stolselvorming. Als zich een bloedklonter ontwikkelt in het diep adersysteem spreken we van een diepe veneuze trombose (DVT). Als gevolg daarvan wordt de terugstroom van bloed belemmerd en gaat het lidmaat zwellen. Een belangrijke complicatie van een diepe trombose ontstaat als er een stolsel loskomt en met de bloedstroom meegevoerd wordt naar de longen. Dan spreekt men van een longembolie. Dit kan levensbedreigend zijn. Mede om dit te voorkomen worden patiënten met een thrombose-been behandeld met bloedverdunners. Na verloop van tijd gaan deze stolsels oplossen en worden de aders weer doorgankelijk. Dit gebeurt echter niet altijd volledig en op bepaalde plaatsen kunnen reststolsels blijven . De aderwand kan ook beschadigd worden en verlittekenen ten gevolge van een doorgemaakte trombose. Ook de kleppen in de diepe aders kunnen beschadigd worden. Deze sequelen van trombose kunnen voor blijvende hinder zorgen met onder andere zwelling van het been, pijn, hinder bij stappen, huidverkleuring en zelfs open wonden. Hier spreekt men dan van een postthrombotisch syndroom.

Ook een vernauwing van de aders kan zowel een oorzaak als een gevolg zijn van een trombose. Soms is er een vernauwing  van de ader in de onderbuik. Daar kan hij gekneld zitten tussen een slagader en een wervel. Als gevolg hiervan kan er obstructie van de bloedstroom optreden met trombose tot gevolg. Nadien kan die ader volledig gaan verlittekenen en blijvend dichtslippen.

Behandeling

Een trombose been wordt altijd behandeld met bloedverdunners in combinatie met compressie (steunkousen of compressieve zwachtels). Het is belangrijk dat de compressiekousen voldoende strak zitten. De patiënten worden aangemoedigd om zo veel mogelijk te bewegen. Bedrust is tegenaangewezen daar dit kan zorgen voor trombose uitbreiding.  Bloedverdunners worden gegeven voor een periode variërend tussen drie maanden en één jaar. Dit afhankelijk van de mogelijke oorzaak, lokalisatie en uitgebreidheid. Bij repetitieve thrombosen en longembolen worden de bloedverdunners soms levenslang voorgeschreven.

Daarnaast moeten ook eventuele onderliggende oorzaken behandeld worden. Stollingsafwijkingen worden opgespoord. Ook wordt er gekeken naar een onderliggende pathologie. Thrombosen kunnen ook ontstaan secundair aan een andere ziekte, zoals bepaalde infectieziekten, reumatische aandoeningen en zelfs oncologische ziekten.

Anatomische afwijkingen/obstructies kunnen opgespoord worden.

Belangrijk hiervoor is goede beeldvorming. Compressie of vernauwing van aders in de onderbuik kan een belemmering vormen in de afvoer van het bloed richting het hart. Dit geeft aanleiding tot overdruk in de aders van het betreffende lidmaat. Dit kan een zwelling alsook trombose uitlokken. Voor het opsporen van uitwendige druk op de aders is IVUS (intravascular ultrasound) de gouden standaard.

IVUS

Sinds het voorjaar van 2016 hebben we IVUS(intravascular ultrasound) beschikbaar in ons ziekenhuis. Hierbij wordt er een catheter in de bloedbaan gebracht. Aan de tip van deze catheter bevindt zich een ultratonen sensor die toelaat om de diameter van het bloedvat te meten, alsook eventuele compressie van buitenaf te ontdekken. De metingen met IVUS zijn veel gevoeliger in vergelijking met andere onderzoeksmiddelen, zoals vb angiografie, CT scan, conventionele duplex/echografie,..

Het systeem laat de onderzoeker toe de exacte locatie en ernst van de vernauwing/compressie te meten alsook onmiddellijk na behandeling het bekomen resultaat te evalueren.

catheter
VernauwingVernauwing
Bij dit invasieve onderzoek wordt er een catheter in de bloedbaan gebracht, geconnecteerd met een echotoestel en zo kunnen er onmiddellijk metingen uitgevoerd worden. Meestal wordt er in dezelfde procedure een behandeling uitgevoerd (stenting).

Stenting


Behandeling Post-thrombotisch syndroom

Een postthrombotisch syndroom wordt in eerst instantie conservatief behandeld. Hiermee bedoelen we het dragen van strakke compressiekousen (Klasse 2-3) overdag, voldoende bewegen (wandelen) en zondig het nemen van bloedverdunners.

Complicaties zoals open wonden(ulcera) kunnen met speciale verbandmiddelen verzorgd worden. Bij persisterende symptomen zoals invaliderende zwelling van het been, pijn bij het stappen, belangrijke huidveranderingen en wonden die niet genezen, kan er gekeken worden naar meer invasieve behandelingsmethoden.

Uiteraard dient er eerst onderzoek gedaan te worden naar eventuele oorzaken van de trombose.

Ook anatomische obstructies kunnen behandeld worden:

Endoveneuze recanalisatie van verstopte aders

Door een thrombus verstopte aders kunnen in een acuut stadium behandeld worden door middel van thrombolyse (zie hoger). Na verloop van weken is dit echter niet meer mogelijk. De stolsels zijn dan georganiseerd en zorgen voor een blijvende verstopping van de betreffende diepe ader. Deze kan dan door middel van het endoveneus catheteriseren en ballondilatatie weer open gemaakt worden. Om een nieuwe vernauwing te voorkomen moet een stent(en) geplaatst worden. Om een nieuwe thrombosevorming te voorkomen dient de patiënt na zo’n procedure meerdere maanden bloedverdunners in te nemen.

catheteriserencatheteriseren

 

Klepherstel

Na een doorgemaakte diepe veneuze trombose kunnen, na het oplossen van de stolsels, de kleppen in de diepe aders beschadigd zijn. Zelfs in die mate dat ze niet meer functioneren en dus zorgen voor een reflux/of terugstroom van bloed in het lidmaat. Dit kan uiteraard opnieuw zorgen voor meer zwelling en ontstaan van open wonden in het lidmaat. Een mogelijke oplossing kan erin bestaan om die diepe kleppen te herstellen. Met een chirurgische ingreep kan er een toegang gemaakt worden naar die betrokken aders en een klepherstel gedaan worden. Dit is een microchirurgische ingreep met vasthechten en/of verstevigen van losgekomen flarden van kleppen. Volgens de techniek van Maleti kan er een nieuwe klep (neovalve) gereconstrueerd worden.

 

 

Dr. Daphné Van den Bussche

Dr. Daphné Van den Bussche

Vasculaire en Thoracale Heelkunde – Varices

Dr. Peter Lissens

Dr. Peter Lissens

Algemene en Gastro-intestinale Heelkunde – Proctologie – Slokdarmheelkunde (AZ Delta)

Dr. Mehrdad Biglari

Dr. Mehrdad Biglari

Algemene en Hepatobiliaire Heelkunde – Senologie

Dr. Marc Vuylsteke

Dr. Marc Vuylsteke

Vasculaire en Thoracale Heelkunde – Varices

Sint Andries Ziekenhuis - Tielt
Het Sint-Andriesziekenhuis is een loco-regionaal ziekenhuis, gelegen aan de rand (langs de Ringlaan) van het centrum van Tielt in de provincie West-Vlaanderen.