Behandeling van post-trombotisch syndroom

Wanneer er beschadiging is van de ader, kan er een post-trombotisch syndroom optreden. De symptomen (pijn bij het stappen) en signalen (zoals zwelling, huidverdikking of ulcus) kunnen soms een paar jaar op zich laten wachten. Maar hoe moeten die problemen worden aangepakt? 

In eerste instantie via conservatieve methoden. Daaronder verstaan we:

  • Het dragen van een strakke steunkous; 
  • Lokale zorg van de huid;
  • Verzorging van eventuele wonden;

Enkele indicatoren die wijzen op de nood aan een meer invasieve behandeling zijn: 

  • Beperking van het stappen; 
  • Zwelling van het been;
  • Het ontstaan van een huidverkleuring en/of -verdikking;
  • Het ontstaan van open wonden (of ulcus). 


Hiervoor bestaan er meerdere behandelingsmogelijkheden, uiteraard afhankelijk van de onderliggende oorzaak. 

Endovasculaire rekanalisatie van verstopte aders

Meestal is er een probleem van obstructie, een blijvende verstopping van de getromboseerde ader. Zo’n verstopte ader kan soms weer open gemaakt worden, terug doorgankelijk gemaakt. 

Figuur: het terug open maken van verstopte aders in de onderbuik.

Dit gebeurt dan door middel van ballondilataties en plaatsen van stents
Eerst wordt ergens op het verloop van de ader een voerdraad ingebracht en hierover een katheter. Deze laatste wordt opgeschoven tot aan de vernauwing. Dan wordt getracht met een voerdraadje het verstopte stuk van de ader te passeren. Over die voerdraad wordt dan een ballon opgeschoven en wordt de verstopte ader opgerekt.

Figuur: het terug open maken van verstopte aders in de onderbuik.

Figuur: Een voorbeeld van een veneuze stent.

Om te voorkomen dat die vervolgens weer gaat dichtslibben wordt een stent geplaatst. Zo’n stent is een metalen buisje dat een radiale kracht heeft. Daarmee bedoelen we dat die stent zichzelf openzet tot een bepaalde vooraf gekozen diameter en aldus de aderwand ondersteunt en het bloedvat openhoudt.
 

Figuur: Een voorbeeld van een veneuze stent.

Endophlebectomie

Figuur: Endophlebectomie of het heelkundig verwijderen van trabeculaties in de ader.

Het is niet altijd mogelijk om alle aders open te maken met een ballon of stent. Op bepaalde plaatsen is het zelfs afgeraden, zoals ter hoogte van de dij en lies. 

Zeker als er voornamelijk littekenvorming is met trabeculaties en ter hoogte van plaatsen waar meerdere aders samenvloeien, moet er een andere techniek gebruikt worden. Dit  houdt in dat het littekenweefsel in de ader zelf heelkundig wordt verwijderd. Deze techniek heet ‘endophlebectomie’. 
Figuur: Endophlebectomie of het heelkundig verwijderen van trabeculaties in de ader.

Klepherstel

Na de doorgemaakte trombose zijn die kleppen gescheurd en verlittekend en werken ze dus niet meer. Het bloed stroomt dan in de tegenovergestelde richting.

Om dat probleem op te lossen kunnen die kleppen chirurgisch worden hersteld. Hiervoor bestaan meerdere technieken: de klep zelf kan worden hersteld, of er kan een nieuwe klep worden geplaatst. 

Valvuloplastie

Figuur: schematische voorstelling van een het vormen van en nieuwe klep, een noeovalve.

Bij het herstel van een klep mag ze niet te veel beschadigd zijn. De losse flarden worden dan gehecht en de klep wordt strak vastgemaakt. Deze techniek heet ‘valvuloplastie’. Er bestaan heel wat variaties op.

Een andere oplossing – als het niet meer mogelijk is de kleppen te herstellen – is het maken van een nieuwe klep. Door een flap te creëren van en in de wand van de ader, maak je een nieuwe klep. De bekendste techniek hiervoor is het plaatsen van een in het Italiaanse Modena ontwikkelde neovalve
Figuur: schematische voorstelling van een het vormen van en nieuwe klep, een noeovalve.